Question posée en commission à la ministre de la Justice. Le compte-rendu intégral est à retrouver ici.

Ma question :

Monsieur le président, excusez-moi, mais des débats d’actualité se tiennent simultanément en commission de l’intérieur.

Madame la ministre, une grève de grande ampleur a été menée entre le 6 et le 11 septembre dans les différents établissements pénitentiaires du pays. Le personnel pénitentiaire lance un énième cri d’alarme face aux conditions de travail particulièrement difficiles, en raison, en grande partie, de la surpopulation carcérale, ainsi que de la pénurie de membres de personnel, de difficultés liées à l’infrastructure et à la sécurité.

Les syndicats constatent notamment que les deux trains de mesures d’urgence censées soulager la pression due à la surpopulation n’ont pas permis d’améliorer structurellement la situation. Ils dénoncent également le fait que le nombre d’effectifs censés assurer un service minimum n’est, en réalité, souvent même pas atteint hors période de grève. 

Dans son récent rapport concernant la Belgique, le Comité européen pour la prévention de la torture pointe les conséquences désastreuses mais bien connues de la surpopulation carcérale sur les conditions de détention. Sa visite de 2025 a pu démontrer qu’avec le niveau d’effectifs en place au moment de la visite, le service minimum légalement requis était rarement garanti non seulement pendant les jours d’action syndicale, mais aussi lors de jours ordinaires.

Selon les représentants du personnel pénitentiaire, les discussions avec votre cabinet et l’administration pénitentiaire n’ont abouti à aucune solution concrète à ce stade.

Madame la ministre, pouvez-vous nous donner un état des lieux du dialogue avec les syndicats du personnel pénitentiaire, ainsi qu’un état des lieux pour 2025 et 2026 des jours et établissements où les effectifs prévus pour le service minimum n’ont pas pu être présents – évidemment en considérant les périodes de grève et les périodes hors grève?

Quelles sont les actions mises en place actuellement pour atténuer l’impact de la situation sur les droits et les conditions de détention des personnes détenues? Je reviendrai tout à l’heure avec une question concernant la Fidex (Fédération bruxelloise des Institutions pour Détenus et Ex-Détenus).

Pour revenir sur le Comité contre la torture et le rapport qu’il vient de publier concernant les conditions de détention en Belgique, ce groupe a notamment visité les prisons de Gand, de Haren, de Nivelles et de Marche-en-Famenne qui, comme bien d’autres, présentent des taux de surpopulation très élevés, ce qui entraîne des répercussions négatives sur les personnes détenues tout comme sur le personnel pénitentiaire. 

Plusieurs observations sont mises en avant dans ce rapport. Le SPF Justice, dans son mémorandum de 2024, propose d’inscrire dans la loi de principe du 12 janvier 2005 un taux maximal d’occupation. Vous indiquez que l’exercice de cartographie est en cours, mais j’aimerais savoir s’il existe un calendrier et si vous prévoyez effectivement une inscription dans la loi. En ce qui concerne le calendrier de la fermeture de la prison de Saint-Gilles, cela reste très flou. Elle était censée fermer après l’ouverture de la prison de Haren, fin 2024, et maintenant on nous dit qu’elle fermera lorsque le taux de population redescendra, et au plus tard en 2035. Quelles sont donc les étapes mises en place pour réellement y parvenir?

Le Comité contre la torture note que la disposition relative à la création d’un service d’inspection des prisons, prévue dans la loi du 23 mars 2019, n’a pas encore été mise en œuvre. Où en est-on à cet égard?

Existe-t-il des formations destinées au personnel pénitentiaire, notamment en ce qui concerne les techniques de désescalade, l’évaluation des risques, des besoins individuels, la sécurité dynamique, la sensibilité au genre, ainsi que la prise en compte des traumatismes pouvant exister? Toutes ces formations feraient défaut. J’aimerais donc également savoir ce que vous prévoyez à cet égard. 

Enfin, un code de déontologie inspiré de la recommandation du Comité des ministres du Conseil de l’Europe relative au Code européen de déontologie pour le personnel pénitentiaire est-il prévu?

Réponse de la ministre : 

Collega’s, we hebben elkaar al gezien in de bijzondere commissie, maar het is goed om jullie na de vakantie terug te zien. Dit is een zeer actueel thema dat uiteraard ook al heel wat jaren in dit Parlement wordt besproken. De situatie is ons bekend en werd al meermaals besproken in deze commissie.

Zoals jullie weten en ook gezegd hebben, heeft het Europees Comité voor de Preventie van Foltering op 8 september zijn rapport over het bezoek aan de inrichtingen gepubliceerd. Ik betwist de vaststellingen van het comité niet. Ze stemmen immers overeen met wat we zelf hebben vastgesteld en nog steeds vaststellen en met de cijfers die ik u zal geven.

De problemen zijn al lang bekend en de oplossingen vragen veel aandacht, maar bovenal ook veel samenwerking. Vandaag verblijven er in totaal 13.604 gedetineerden in onze gevangenissen, die een capaciteit hebben van 11.388 plaatsen. Het comité stelde bij zijn bezoek een bezettingsgraad van 118 % vast. Intussen bedraagt die bezettingsgraad 119,5 %. Het aantal grondslapers evolueerde van 416 voor de zomer, over 470 eind augustus, naar meer dan 530 vandaag. Er verblijven vandaag nog steeds meer dan 1.000 geïnterneerden in onze gevangenissen en meer dan 3.900 gedetineerden zonder recht op verblijf

Dat legt een enorme druk op het gevangeniswezen. Door de beslissing om de straffen tot drie jaar uit te voeren zonder dat daarvoor in voldoende capaciteit werd voorzien, verblijven er vandaag zo’n 2.000 veroordeelden met een gevangenisstraf tot drie jaar in onze gevangenissen. Dat zet een enorme druk op het gevangeniswezen. De voorspellingen en inzichten van vóór de beslissing om die korte straffen in de gevangenis uit te voeren, hebben toen helaas niet geleid tot een andere beslissing. We worden vandaag geconfronteerd met de gevolgen ervan.

Daarnaast zijn de personeelskaders in de gevangenissen voor zo’n 94 % ingevuld. Dat geldt voor het bewakingspersoneel, maar ook voor het medisch en zorgpersoneel en voor de psychosociale diensten, iets waarop ook het comité uitdrukkelijk wijst.

In totaal worden zo’n 650 personeelsleden gezocht om de bestaande kaders volledig in te vullen, inclusief dat voor de nieuwe gevangenis in Antwerpen. Uiteraard is dat ook een gevolg van de overbevolking, aangezien een aantal bestaande of oude gevangenissen open moeten blijven en er daarvoor ook personeel nodig is, terwijl het aanvankelijk de bedoeling was om die te sluiten. Dat geldt bijvoorbeeld voor Antwerpen. Dit maakt de rekrutering uiteraard tot een nog grotere opdracht. Collega’s, zoals jullie weten, is dat de situatie waarmee we tijdens deze legislatuur geconfronteerd worden.

Cette situation inclut également des condamnations répétées de l’État belge au paiement d’astreintes. J’ai déjà eu l’occasion de répondre à ces questions devant cette commission et j’y reviendrai plus tard dans cette commission, s’agissant de la condamnation la plus récente relative à la prison de Gand.

Collègue De Smet, je ne minimise pas non plus le risque de nouvelles condamnations à Strasbourg. C’est précisément pour cette raison que j’ai placé ce dossier au premier plan de l’agenda politique, que des mesures d’urgence ont été prises et que nous, en tant que gouvernement, avons adopté une note de compromis le 20 mars dernier. On ne pourrait donc pas me reprocher d’avoir négligé ce dossier ou de ne pas avoir recherché des solutions pour le résoudre.

La surpopulation carcérale, combinée aux pénuries de personnel, engendre des conditions de travail et de vie particulièrement difficiles dans nos prisons. Je peux comprendre que les syndicats dénoncent cette situation, même si je ne souscris pas toujours à leur manière de communiquer.

Op 27 augustus 2026 hebben de vakbonden per gevangenis een procedure van sociaal conflict opgestart en een stakingsaanzegging ingediend.

De voornaamste redenen die de vakorganisaties aanvoeren, zijn de aanhoudende overbevolking en de daaruit voortvloeiende omstandigheden voor de gedetineerden, de aanhoudende problemen met betrekking tot de infrastructuur die vaak een impact hebben op de veiligheid van het personeel en het aanhoudende personeelstekort, dat mede aanleiding geeft tot achterstallig verlof, overuren en niet-opgenomen compensatiedagen. Ook zijn er de gevolgen van de genoemde problemen voor de veiligheid, de werkdruk en het welzijn van het personeel.

Naar aanleiding daarvan vonden op maandag 31 augustus 2026 en dinsdag 1 september 2026 overlegmomenten met de vakbonden plaats. Na de overlegmomenten werd de stakingsaanzegging geactiveerd, gevolgd door een vijf dagen durende staking van 7 tot 11 september 2026.

De structurele aanpak van de problemen, die al decennialang aanslepen en waarvoor ook mijn voorgangers geen alomvattende oplossingen hebben kunnen bieden, vraagt een gezamenlijke inspanning van verschillende bevoegdheidsdomeinen en bevoegdheidsniveaus.

Pour mettre un terme aux conditions de détention inhumaines et s’attaquer au plus vite à la problématique des détenus dormant à même le sol, le gouvernement a adopté, le 20 mars, un ensemble de nouvelles mesures. Il s’agit à la fois de mesures d’urgence immédiates et de mesures à court, moyen et long terme.

Ces mesures sont indispensables, non seulement pour remédier aux conditions de détention inhumaines, mais aussi par respect pour le personnel pénitentiaire, qui doit travailler quotidiennement dans des conditions particulièrement difficiles.

Ik overloop met u een aantal maatregelen die reeds werden genomen of op korte termijn zullen worden genomen. Voor de aanpak op langere termijn verwijs ik graag naar mijn voorstel uit de commissievergadering van 24 juni tijdens de bespreking van de noodwet om dat samen met andere bevoegde ministers te doen in deze commissie. Ik heb begrepen dat u dat daarnet bij de regeling der werkzaamheden hebt aangehaald.

Les mesures d’urgence immédiates consistent en des dispositions supplémentaires afin de renforcer le recours à la surveillance électronique, à la libération anticipée pour cause de surpopulation carcérale et à d’autres modalités d’exécution des peines, ainsi que d’accélérer l’éloignement des condamnés sans titre de séjour.

La loi du 22 juillet 2026 portant des mesures supplémentaires visant à réduire la surpopulation carcérale, entrera en vigueur, comme l’a dit notamment Mme Farih, le 1er octobre de cette année. Il n’est donc pas encore possible d’en observer les premiers résultats.

Cher collègue Ribaudot, tous les acteurs concernés préparent actuellement l’entrée en vigueur de la loi afin que ses effets se fassent sentir le plus rapidement possible dans nos prisons. Les moyens financiers nécessaires ont été prévus pour garantir une capacité suffisante au sein des communautés, et des moyens ont également été prévus pour renforcer les services psychosociaux, les greffes et la direction au sein des établissements pénitentiaires.

Het akkoord van 20 maart voorziet ook in maatregelen op de korte en middellange termijn op het vlak van capaciteit, zowel in de gevangenissen en de zorginstellingen als in de gesloten centra.

Le comité souligne cependant, collègue De Smet, que l’accroissement de la capacité ne résout pas à lui seul le problème, et c’est également mon point de vue. C’est pourquoi notre approche repose sur plusieurs axes simultanés.

Sinds het begin van deze legislatuur hebben we al meer dan 200 bijkomende plaatsen in de penitentiaire infrastructuur gecreëerd, dankzij onder meer de opening van het detentiehuis in Olen, het transitiehuis in Hamme en een tijdelijke capaciteitsverhoging wegens de overbevolking tot maximaal – dat is contractueel – 15 % van de reguliere capaciteit in de DBFM-gevangenissen.

Ook werden in samenwerking met de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat onbruikbare of gevandaliseerde cellen zo snel mogelijk worden hersteld, zodat ze opnieuw kunnen worden benut.

In samenwerking met collega Matz en de Regie der Gebouwen worden de voorbereidingen getroffen om via modulaire unitbouw in totaal 300 bijkomende plaatsen te creëren op de sites van de bestaande inrichtingen van Hasselt, Leuven Hulp, Brugge, Paifve en Ittre of Andenne. Daarvoor worden de nodige voorbereidingen getroffen.

Het is inderdaad zo, collega Orlians, dat er een raamcontract is opgesteld. Dat is evenwel maar een deel van het verhaal. Men moet ook weten waar men de units moet plaatsen, waar men ze kan plaatsen, waar aansluitingen en nutsvoorzieningen mogelijk zijn en waar eventueel perimeterbewaking nodig is. Dat onderzoek wordt door de Regie uitgevoerd. Collega Farih stelde daar ook een vraag over. Er moet dan ook een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd. We zijn vragende partij om daar zo snel mogelijk mee vooruit te gaan. We volgen dat ook op. Er worden gesprekken gevoerd tussen de Regie en de aannemer van die modulaire unitbouw om de plaatsing zo snel mogelijk te realiseren, zodat we ook de personeelsplanning daarop kunnen afstemmen. We zijn zeker voorstander van versnelling op dat vlak om die realisatie mogelijk te maken. Het raamcontract op zich biedt natuurlijk geen operationele bijkomende capaciteit.

Er wordt intussen ook onderzocht of modulaire units gebouwd kunnen worden op militaire domeinen. In dat kader werd bovendien op onze vraag in Vlaanderen alvast een vrijstellingsbesluit genomen, zodat die units zonder vergunning kunnen worden geplaatst binnen de contouren van een gevangenisdomein of een militair domein. We zijn alvast ook vragende partij dat dat ook in Wallonië zou kunnen gebeuren, zodat er alvast geen obstakel is voor de ontwikkeling en de realisatie van bijkomende units.

U weet dat recent ook een nieuwe gevangenis in Antwerpen de deuren heeft geopend. Daar zijn veel complimenten over gekomen, zowel over de aard ervan als over de snelheid waarmee dat is gebeurd. Ik geef die complimenten graag door aan alle mensen die hebben meegewerkt aan de realisatie van dat project, want dat is best een bijzonder grote opdracht. Na de afwerking van de infrastructuur zullen in november de eerste 85 gedetineerden daarnaartoe verhuizen. Vervolgens wordt de ingebruikname geleidelijk opgeschaald, uiteraard ook om met de nieuwe infrastructuur te leren omgaan.

Collègue Hugon, en ce qui concerne Saint-Gilles, le Conseil des ministres du 27 février a décidé de maintenir Saint-Gilles en activité jusqu’en 2035 au plus tard. Toutes les mesures citées doivent permettre d’y parvenir. Par ailleurs, un nouveau plan directeur 4 fait actuellement l’objet de discussions au sein du gouvernement.

In 2027 zullen ook vier bijkomende transitiehuizen de deuren openen. Daarvoor hebben we middelen voorzien en zijn de oproepen gelanceerd. Drie projecten zijn al concreet en ook daar gaan we mee door, omdat dat ook voor de re-integratie maximale kansen geeft.

Ook het detentiehuis van Genk, gebouwd met modulaire units, zal in 2027 de deuren openen, zoals we ook plannen hebben voor 2027 voor detentiehuizen in Antwerpen en in Jemeppe-sur-Sambre. In samenspraak met collega Vandenbroucke werden afspraken gemaakt om op korte termijn 90 bijkomende plaatsen te voorzien voor gedetineerden in zorghuizen. Mevrouw Farih, u vroeg naar de stand van zaken. Er zijn 75 plaatsen operationeel, maar al bij al zien we dat dit een minimale impact heeft op het aantal geïnterneerden in de gevangenissen. Ik noemde daarnet het cijfer van 1.000, wat dus betekent dat er nog heel veel geïnterneerden in onze gevangenissen verblijven zonder dat ze daar de nodige zorg krijgen.

We zijn daarover in het verleden ook al uitgebreid in overleg gegaan, maar dit blijft een aandachtspunt. Het comité maakt daar opmerkingen over, maar ook in de dagelijkse realiteit heeft dit heel veel gevolgen voor het personeel, omdat heel veel agressiegevallen, ook wegens het gebrek aan aangepaste zorg, worden veroorzaakt door geïnterneerden. We vragen dus in elk geval om de populatie goed te monitoren en die waar nodig verder bij te sturen, want het is nodig om een grotere impact te hebben als we vaststellen dat er 1.000 geïnterneerden zijn.

Ten slotte wordt in de compromisnota ook voorzien in een gerichte uitbreiding van de gesloten centra, met in totaal 108 bijkomende plaatsen tegen het najaar. Het grote aantal mensen zonder wettig verblijf in onze gevangenissen zorgt, zoals u ook zei, voor een heel grote druk. Uiteraard kunnen niet al die gedetineerden zonder wettig verblijf onmiddellijk worden verwijderd of komen ze in aanmerking voor terugkeer, omdat er natuurlijk ook heel veel mensen in voorlopige hechtenis zitten. Die cijfers moeten dus altijd vanuit dat perspectief worden bekeken. Zij die verwijderd kunnen worden, moeten we absoluut verwijderen. Dat is trouwens ook de reden waarom wij vanuit Justitie hebben aangedrongen om de termijnen vanaf wanneer men kan overgaan tot de voorbereiding en de uitvoering van die verwijdering te vervroegen, zodat zoveel mogelijk detentiecapaciteit wordt vrijgemaakt.

Om de doorstroming van geïnterneerden naar aangepaste zorg te bevorderen, werden 12 bijkomende zorgprofielen ingezet, waardoor 120 extra zorgtrajecten aan geïnterneerden kunnen worden aangeboden. Dat moet ervoor zorgen dat de geïnterneerden hun dossier voor de KBM beter kunnen voorbereiden en ze ook meer en sneller kans maken op een plaatsing in een extrapenitentiaire zorginstelling via een invrijheidstelling op proef.

Teneinde het BKOC verder te operationaliseren en het behandel- en oriëntatiecentrum te implementeren in Haren werven we extra psychologen aan en 18 niveau B om de geïnterneerden beter te begeleiden en te behandelen richting een verder traject buiten het DG EPI. Het BKOC behaalt mooie resultaten en de bedoeling is om dat maximaal te kunnen inzetten, maar uiteraard zijn daarvoor ook zorgprofielen nodig omdat heel veel van de inschattingen en evaluaties door hen worden gemaakt. Het zijn niet de klassieke penitentiaire beambten of bewakers die dat doen. We hebben dus in het algemeen nood aan voldoende psychiaters en psychologen voor die beoordeling en opvolging.

Collega Farih, in 2026 werd op de begroting van Volksgezondheid 2 miljoen euro vrijgemaakt voor de opstart van een pilootproject, met het oog op de overdracht van de gezondheidszorg in één specifieke inrichting. Dat pilootproject is vandaag nog niet opgestart, maar wij verwachten en rekenen binnenkort op een definitief voorstel van projectbrief. De effectieve overdracht van de gezondheidszorg zal voor een groot deel tegemoetkomen aan de opmerking die het CPT op dat vlak formuleert. Als we kijken naar humane detentie, dan is het ook meer dan noodzakelijk en ook wenselijk om dat effectief te doen, want de situatie van veel mensen in de gevangenis is vandaag schrijnend.

Collègues Farih et Ribaudo, pour obtenir un calendrier plus précis du transfert des soins de santé, je vous invite à vous adresser au ministre de la Santé publique.

En matière de politique de retour également, ce gouvernement prend des mesures importantes. Une approche faisant appel à l’ensemble du gouvernement, dite whole-of-government, est mise au point en vue du retour et du transfert effectif des condamnés sans titre de séjour. Un suivi permanent des retours est également prévu, comme l’a annoncé cette semaine la ministre Van Bossuyt dans la presse. La bonne collaboration entre l’Office des étrangers, la police et la justice a déjà permis de renvoyer plus de 1 200 détenus vers leur pays d’origine depuis le début de cette année. En moyenne, ils sont éloignés quatre mois avant la fin de leur peine, ce qui diffère de ce que vous avez affirmé, monsieur Orlians. C’est déjà plus rapide que les années précédentes. Depuis le début de cette année, plus de 460 dossiers de transfèrement ont également été préparés par mes services. Le transfèrement effectif de ces condamnés dépend bien évidemment de la coopération des pays d’origine, raison pour laquelle l’approche whole-of-government est cruciale.

Ik ben zelf naar Marokko geweest om een zo snel mogelijke terugkeer te bepleiten, onder andere van de dossiers die wij hebben bezorgd. Een whole-of-government benadering zal echter nodig zijn om dat verder teweeg te brengen. Wij hebben alle dossiers bezorgd, maar uiteraard zijn we afhankelijk van de respons van onze partners om dat vooruit te doen gaan.

Zoals ik al heb gezegd, verwijs ik voor meer informatie over de structurele aanpak van de overbevolking en de opvolging daarvan naar mijn eerdere voorstel, waarnaar u daarstraks ook verwees, om de toelichting daaromtrent samen met ministers Matz, Van Bossuyt, Vandenbroucke en Prévot te geven.

Om de veiligheid binnen de detentie-infrastructuur te verbeteren, werd een jaarlijks budget van 7,5 miljoen euro voorzien. Die middelen worden ingezet voor de beveiliging van hoogrisicoprofielen, voor de opsporing van drugs en gsm-toestellen en voor de detectie van drones in het kader van de overgooiproblematiek.

Om niet in herhaling te vallen, verwijs ik voor meer details in dit verband naar mijn antwoord in de gemeenschappelijke commissie voor Justitie en Binnenlandse Zaken naar aanleiding van de schietincidenten eind augustus. Het CPT wijst eveneens op een toename van geweld in onze penitentiaire inrichtingen. Ik wil daar, zoals ik net al aangaf, de vaststelling aan toevoegen dat één derde van die incidenten uitgaat van geïnterneerden. Dat is uiteraard geen detail, maar toont aan hoezeer een snellere doorstroom van geïnterneerden naar aangepaste zorg niet alleen een oplossing is voor de overbevolking, maar ook een kwestie van veiligheid voor het personeel.

Om de personeelsuitdagingen aan te pakken, worden ook maatregelen genomen ter versterking van de personeelsbezetting. Het betreft een extra investering van 500.000 euro per jaar in employer branding van justitie en om het gevangeniswezen meer zichtbaarheid te geven op de arbeidsmarkt. Het gaat eveneens om de versterking met 20 extra recruiters voor de selectiedienst, met als doel ook een netwerk van decentrale recruiters uit te bouwen.

Vanaf 1 oktober zullen de eerste recruiters op die manier in dienst treden. Het gaat ook over het toegankelijk maken van de functie van penitentiair bewakingsassistent voor burgers met een Europese nationaliteit, wat we eerder in deze commissie hebben besproken.

Het gaat over de optimalisering van de selectieprocedures en de aanwervingsprocedures. Zo werd het mogelijk gemaakt dat ook voor de zogenaamde fast lane-selectieprocedures een wervingsreserve kan worden aangelegd. Op die manier kunnen we sneller anticiperen en inspelen op personeelsvragen.

Ook de medische controle bij de aanwerving wordt efficiënter georganiseerd, zodat de doorlooptijd kan worden ingekort.

Binnenkort wordt de versnelde selectieprocedure ook opnieuw ingevoerd voor de contractuele indienstneming voor bepaalde cruciale functies binnen de gevangenissen, zoals bewakingspersoneel, maar ook medisch en zorgpersoneel. De ministerraad heeft die maatregel op 4 september in tweede lezing goedgekeurd. Het advies van de Raad van State wordt nu afgewacht en zal worden verwerkt in een koninklijk besluit.

Bovendien hebben wij de beslissing genomen om privébewakingsfirma’s in te zetten voor bepaalde heel beperkte posten van koude bewaking in bepaalde gevangenissen, in afwachting van een volledig personeelskader om de capaciteit optimaal te kunnen benutten. De opdracht voor de nieuwe gevangenis in Antwerpen voor dat beperkte aantal posten zal weldra worden gegund.

De maatregelen op het vlak van personeel werpen ook hun vruchten af. Dat zien wij op het terrein. Momenteel bevinden zich een 350-tal dossiers in verschillende fases van het aanwervingsproces. Ik ben dan ook optimistisch en durf te hopen dat wij tegen eind 2026 een substantiële personeelsversterking kunnen verwachten.

Mevrouw Dillen, u vroeg nog naar de vrijwillige vertrekkers. Wij kunnen inderdaad vaststellen dat de huidige werkomstandigheden tot een stijging van het aantal vrijwillige vertrekkers hebben geleid in de voorbije jaren. Dat heeft ook te maken met het profiel van die vertrekkers. Er worden ook veel jongeren aangeworven die na enkele jaren, zoals overigens ook in andere sectoren het geval is, andere plekken opzoeken.

Precies daarom treffen wij maatregelen om de situatie in de gevangenissen te verbeteren en de functie aantrekkelijker te maken. Ik verwijs daarbij ook naar het sociaal akkoord dat wij begin 2026 hebben gesloten. Rekruteren, zeker voor grote penitentiaire instellingen, is echter een uitdaging.

Ondanks al onze inspanningen zijn de vakbonden vandaag niet onverdeeld gelukkig. Dat houdt ons echter niet tegen om te blijven werken aan oplossingen voor de overbevolking en om de personeelsuitdagingen aan te pakken. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, dus ook de vakbonden, daarbij een deel van het antwoord kan zijn.

Voor de verlofachterstand van 800.000 dagen worden momenteel verschillende pistes onderzocht om die aan te pakken. Zodra de mogelijke scenario’s concreter zijn, zullen wij ze ook met de vakbonden bespreken.

Behalve de concrete maatregelen om de personeelstekorten aan te pakken, worden ook maatregelen getroffen voor de werkomstandigheden en de aantrekkelijkheid van de functie. Op 9 januari 2026 werd, zoals ik al meegaf, een sociaal akkoord gesloten. Dat bevat maatregelen op het vlak van werving en selectie, opleiding, veiligheid, welzijn en verloning. Voor de realisatie en implementatie van dat sociaal akkoord wordt in totaal een budget van 23 miljoen euro uitgetrokken. Wij zullen de implementatie van het sociaal akkoord gefaseerd uitvoeren.

Inzake de pecuniaire maatregelen heeft de ministerraad op 18 juli 2026 het koninklijk besluit goedgekeurd om de specificiteitstoelage te verhogen van 669,31 euro naar 800 euro en om die toelage ook toe te kennen aan de deskundige bewaking. Het koninklijk besluit ligt ter ondertekening voor bij de Koning en zal eerstdaags worden gepubliceerd.

Ook het dossier voor de baremieke verhoging van 300 euro voor het bewakend personeel ligt momenteel ter bespreking voor in de regering.

Op het vlak van opleidingen werd in middelen voorzien om de academie te versterken, zodat alle personeelsleden eerst hun basisopleiding kunnen genieten alvorens op de werkvloer te worden ingezet. We hebben ook gezien dat dat een positieve impact heeft op de retentie. Dat wordt al toegepast in de gevangenissen in Antwerpen. In het verleden was dat wel anders, waardoor er mogelijk meer vertrekkers zijn geweest. We investeren ook in welzijn dankzij bijkomende psychologische ondersteuning via de externe firma POBOS en een versterking van de sociale dienst van de FOD Justitie.

Heel wat maatregelen worden dus genomen om de situatie voor het personeel in de gevangenissen te verbeteren. Als we realistisch zijn, moeten we ook erkennen dat het alomvattende effect van die maatregelen niet morgen al zichtbaar zal zijn. Het probleem is complex. Er zijn geen magische snelle oplossingen. Ik begrijp natuurlijk dat het personeel een snelle oplossing wenst. In elk geval kan ik opnieuw bevestigen dat het personeel op mij kan rekenen om elke dag alle mogelijke inspanningen te leveren om hun werkomstandigheden zo goed mogelijk te maken.

Het ongenoegen bij de vakbonden heeft geresulteerd in de staking. De impact van die staking was voelbaar in de inrichtingen. Dankzij de gegarandeerde minimale dienstverlening die we recent hebben ingevoerd, kon de minimale dienstverlening ten aanzien van de gedetineerden wel worden gerespecteerd. Daar vaart uiteindelijk het hele penitentiaire systeem wel bij, zoals we onder meer ook op de radio een moreel consulente hebben horen zeggen.

Collègues Aouasti et Ribaudo, l’arrêté royal du 18 juillet 2026 a introduit le service minimum garanti à partir du premier jour de grève, mettant ainsi en œuvre l’accord de gouvernement. Les évaluations du service minimum pour la période 2020-2024 ont montré qu’il n’a pas été respecté à chaque fois. De même, lors des grèves nationales survenues entre le 1er janvier et le 31 décembre 2025, les effectifs minimaux n’ont pas été respectés dans 43 % des prisons. Le service minimum n’a dès lors pas pu être garanti, avec des conséquences pour les détenus et pour le personnel qui vient travailler.

Le non-respect de l’effectif minimal pendant les grèves entraîne non seulement une violation des droits fondamentaux des détenus, mais constitue également un risque pour leur sécurité, ainsi que pour celle des membres du personnel disposés à travailler, et pour la société en général. L’absence du service minimum a aussi un impact sur d’autres acteurs de terrain. Nous avons ainsi constaté ces dernières années une augmentation du nombre de policiers devant être déployés dans nos prisons lors des grèves. Par rapport à 2021, le nombre de policiers mobilisés en 2025 a doublé, avec 2 715 policiers, pour 21 700 heures en 2025.

Cette situation exerce une pression énorme sur nos services de police. Je peux peut-être faire référence aux positions des bourgmestres Spinette et Cumps, respectivement bourgmestres de Saint-Gilles et d’Anderlecht, qui n’ont pas manqué d’exprimer dans la presse, la semaine dernière encore, leur mécontentement concernant l’affectation des policiers dans les prisons pour pallier le manque de personnel quand il y a des grèves. Les policiers sont indispensables sur le terrain, notamment dans la lutte contre la délinquance de rue et la criminalité liée à la drogue, surtout dans les grandes villes où se trouvent également des prisons, et ne devraient pas être mobilisés pour assumer des tâches en prison. C’est aussi, entre autres, la raison pour laquelle le service minimum a été instauré dès le premier jour de la grève. Concernant les plans modèles pour les prisons, je peux vous confirmer qu’un accord a été conclu avec les syndicats le 25 juin dernier à propos de la modification de ces plans quand il y a des grèves.

Collega’s, het is dus zeker goed dat er in deze commissie gedetailleerd wordt stilgestaan bij de opmerkingen van het CPT en ook bij de bezorgdheden van de vakbonden. Dat is terecht, want ik ben het met u eens dat de situatie in de gevangenissen penibel blijft. Dat zeg ik al sinds mijn aantreden en ik wil u verzekeren dat ik als minister van Justitie dit thema hoog op de agenda houdt en mij ook dagelijks inzet om deze moeilijke situatie te doen keren

We moeten daarbij pleiten voor duurzame oplossingen die allicht ook over deze legislatuur heen reiken. U weet allemaal dat infrastructuurprojecten een bepaalde, doorgaans te lange doorlooptijd hebben. We moeten ook op andere vlakken, zoals voor geïnterneerde mensen zonder wettig verblijf, samenwerken met andere bevoegde ministers. Ik ben ervan overtuigd dat op die manier veiligheid en menselijkheid hand in hand kunnen gaan. De situatie is moeilijk en de oplossingen liggen niet voor de hand, maar we moeten ook de politieke moed hebben om die beslissingen te nemen. In elk geval kan het personeel op mij blijven rekenen om hun bezorgdheden ter harte te nemen. Ik wil nogmaals aangeven dat ik zeker bereid ben om deel te nemen aan een gezamenlijke commissie daarover. Ik dank u in elk geval voor uw aandacht voor dit dossier en zal met plezier uw verdere vragen daarover beantwoorden.

Ma réplique :

Madame la ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse. Nous nous rendons bien compte que la situation entre votre cabinet et les agents pénitentiaires est loin d’être réglée. Comme notre collègue le rappelait à l’instant, il y a eu cinq jours de grève et un nouveau préavis de grève est déposé pour le 25 septembre 2026. La situation reste donc extrêmement préoccupante.

Vous avez vous-même cité les chiffres que nous connaissons: plus de 13 600 détenus pour un peu plus de 11 000 places, 530 personnes contraintes de dormir sur des matelas et 1 000 internés. Nous n’avons jamais eu autant de places, et pourtant, nous n’avons jamais connu une telle surpopulation.

Vous nous dites que les cadres du personnel sont remplis à 94 %. Pourtant, lors de notre audition avec les syndicats des agents pénitentiaires au printemps dernier, ces derniers nous ont rappelé très clairement que ces cadres avaient été prévus pour gérer 11 000 places, et non pour encadrer 13 600 détenus. Par conséquent, ce n’est pas un taux de 94 % qu’il faut pour s’occuper d’autant de personnes. Faute d’agents en suffisance, on demande à la police de venir en renfort dans les prisons. Mais, comme il n’y a pas assez de policiers, on leur adjoint des militaires. Et ce sont ces mêmes militaires qu’on appelle ensuite pour renforcer la Protection civile. À un moment donné, ce gouvernement doit se poser les bonnes questions sur l’allocation de ses moyens. Cependant, contrairement à d’autres collègues ici, je ne vais pas vous demander de construire toujours plus de places ni d’engager toujours plus de personnel pour les faire fonctionner. Je considère en effet que la politique carcérale phagocyte déjà une proportion bien trop élevée du budget de la Justice.

Vous avez bien sûr raison de dire que c’est une situation ancienne et qu’il n’existe pas une solution magique. En revanche, il est prouvé que certaines solutions échouent structurellement: l’ouverture de places supplémentaires en prison en fait partie. Je sais que vous êtes d’accord avec moi: je vous ai encore lue cet été et vous le réaffirmiez très clairement. Pourtant, dans le même temps, votre gouvernement fonce à nouveau vers cette solution.

Le Code pénal vient tout juste d’entrer en vigueur. J’ai beaucoup d’espoir qu’il puisse, à terme, contribuer à limiter le recours à la détention. Mais cela ne s’appliquera qu’aux infractions commises depuis le 1er septembre 2026. L’impact ne se fera donc pas sentir du jour au lendemain.

Je conclus par un dernier mot sur les maisons de transition que vous annoncez. S’orienter vers ce type de mécanisme est évidemment une très bonne nouvelle dans l’absolu, mais à deux conditions. Il faut, d’une part, que ces maisons de transition se substituent aux places de prison classiques plutôt que de s’y ajouter et, d’autre part, que leur gestion reste entre les mains du service public et ne soit pas confiée à des acteurs privés. Il y a en effet, hélas, des précédents à cet égard.