Question posée en commission à la ministre de l’Asile et de la Migration, Anneleen Van Bossuyt. Le compte-rendu intégral est à retrouver ici.

Ma question :

Madame la ministre, dans le cadre de l’accord appelé « Brussels Deal », passé entre Fedasil et l’administration bruxelloise, environ 2 000 places d’accueil étaient financées par l’autorité fédérale pour les publics en migration en Région bruxelloise. En juin, je vous interrogeais sur l’intention de votre gouvernement de supprimer le financement de 300 de ces places d’accueil. Cette décision aurait pris effet pendant les vacances.

Courant juillet, nous avons appris votre intention de supprimer 700 places supplémentaires, soit près de 1 000 places qui disparaîtraient à Bruxelles dans un futur proche. Cela va diamétralement à l’encontre des besoins et observations du terrain. Le Samusocial communique qu’en juillet 2026, quatre familles sur cinq en besoin d’hébergement n’ont pu l’obtenir en raison de la saturation du réseau. Dans ces familles, il y avait 238 enfants, dont 65 de moins de 2 ans et 15 nourrissons de moins de 6 mois. Ces personnes se retrouvent à la rue à cause de la saturation du réseau.

Nous savons ce que produit ce genre de décision, car nous l’avons vu en 2015 et 2017. Des centaines de personnes se retrouvent sans solution d’hébergement, dans des conditions sanitaires complètement dégradées, et vont devoir aller au parc Maximilien, à la gare du Nord et dans d’autres endroits encore. Nous refusons que cette situation se reproduise.

Vous m’aviez répondu en juin dernier que vous entrepreniez la renégociation du Brussels Deal. Il semblerait que ces négociations conditionneraient notamment le financement à certaines trajectoires. Je voudrais en savoir plus à ce sujet, car je ne vois pas à quoi cela renvoie.

Madame la ministre, quelles sont les places concernées par ces suppressions? Quelles places resteront ouvertes? Comment ces décisions ont-elles été prises?

À quelle date le financement de ces places disparaîtra-t-il? À combien se montent les financements supprimés?

Quelle concertation est organisée avec les acteurs du secteur et les opérateurs de terrain, ainsi qu’avec le gouvernement bruxellois?

Quelles sont ces éventuelles trajectoires dont j’entends parler?

Quelle transition sera organisée entre l’accord initial et ce futur Brussels Deal?

Quelles sont les conséquences attendues de ces coupes sur le nombre de personnes à la rue et leur suivi juridique, sanitaire, médical, humanitaire? Mesurez-vous, outre la détresse, les parcours interrompus, le risque d’exploitation ou de traite des êtres humains? Comment une telle décision contribue-t-elle à la sécurité à Bruxelles?

Quelles seront les conséquences de ces coupes sur les opérateurs bruxellois? Quels sont les risques en termes de licenciement, de financement, de gestion et d’expertise?

Je vous remercie d’avance pour vos réponses et vous présente mes excuses de manière préventive, car je devrai peut-être partir pour participer au débat en commission de la Justice sur la surpopulation carcérale. Dans ce cas, je lirai vos réponses avec attention.

Réponse de la ministre :

Ik wil graag even inpikken op wat mijnheer El Yakhloufi net zei. Blijkbaar zouden alle personen in illegaal verblijf in Brussel en het feit dat zij criminele feiten plegen enzovoort, mijn verantwoordelijkheid zijn.

Ik vind dat heel bijzonder, omdat we vandaag in Brussel het gevolg zien van een jarenlang beleid waarin niet mocht worden gezegd dat men, als men geen verblijfsrecht in België heeft, moet terugkeren. Heel veel organisaties vertelden aan de betrokkenen om te blijven en nog iets te proberen. Daarnet is het woordje humaniteit veel gevallen. Ik vind dat zeer onmenselijk.

U geeft het immers aan: wat is de enige uitweg voor die mensen? Dat is in de illegaliteit leven. Hoe kan men aan een inkomen geraken? Dat is bijna alleen door criminele feiten te plegen. Ik vrees dus dat er nu geoogst wordt wat er jarenlang gezaaid is in Brussel. We moeten gewoon samen veel meer dezelfde boodschap durven te vertellen, namelijk dat men moet terugkeren als men geen legaal verblijfsrecht heeft in België. Ik vind dat toch wel belangrijk.

Ik antwoord nu meer in het algemeen. Mevrouw Daems, u stelt in uw vraag dat ik bevoegd ben voor de Brusselse daklozenopvang. Ik zie u het hoofd schudden. In de schriftelijke neerslag van uw vraag zegt u evenwel: « Begrijpt u dat deze dakloze mensen eigenlijk ook deel uitmaken van uw bevoegdheid? » De Brusselse daklozen behoren echter niet tot mijn bevoegdheid. Wat ik als minister van Asiel en Migratie moet doen, is ervoor zorgen dat wie in een asielprocedure zit en recht heeft op opvang, die opvang ook werkelijk krijgt.

Voor personen die bescherming hebben gekregen – dus zodra de procedure is afgelopen en bescherming werd toegekend – en voor personen die geen asiel hebben gekregen of voor anderen, al dan niet Belgen, die van daklozenopvang gebruikmaken, ben ik als minister van Asiel en Migratie niet bevoegd.

Het klopt dat in de Brusselse daklozenopvang een groep personen in illegaal verblijf zit. Ik wil hier nog eens benadrukken dat wie een negatieve beslissing heeft gekregen in de asielprocedure en illegaal in het land verblijft, het land moet verlaten. Die terugkeer verloopt liefst vrijwillig, want dat is absoluut de duurzaamste vorm van terugkeer. Dat kan met re-integratiesteun, waarin we trouwens ook voorzien. De terugkeer verloopt echter gedwongen als het moet. Dat is nu eenmaal de wet.

Die eerlijke boodschap moet echter door iedereen worden gedragen, ook door de ngo’s die zogezegd handelen in het belang van mensen in illegaal verblijf.

Je ne décide dès lors pas de la fermeture ou non des places d’accueil dans le cadre du Brussels Deal. Il s’agit d’une décision du gouvernement bruxellois.

Ce que j’ai en revanche décidé, c’est de réduire progressivement le financement fédéral de ces places, spécifiquement pour le public-cible des demandeurs d’asile. Étant donné que le nombre de demandeurs d’asile diminue sensiblement, Fedasil a de moins en moins besoin de ces places.

Sous la Vivaldi, il avait été décidé de prendre en charge « temporairement » – j’y insiste – une partie du financement de l’accueil des personnes sans abri à Bruxelles, parce qu’un grand nombre de demandeurs d’asile ne pouvaient pas être accueillis immédiatement dans un centre d’accueil ordinaire de Fedasil. Ils ont donc obtenu une place dans l’accueil bruxellois des personnes sans abri dans le cadre du Brussels Deal.

Die situatie is dankzij ons beleid veranderd. De instroom van asielzoekers blijft dalen. Daardoor kunnen we steeds meer mensen onderbrengen in een ‘gewoon’ opvangcentrum en staan er minder mensen op de doorstroomlijst. Ik denk dat het ons aller betrachting is dat er geen mensen meer op de doorstroomlijst staan en dat we de mensen die recht hebben op opvang, kunnen opvangen in een asielcentrum, dat daarvoor dient. De Europese Commissie tikt ons trouwens op de vingers voor het bestaan van die doorstroomlijst. Voor mij is het dus evident dat we de voorrang geven aan de opvang van Fedasil, als asielzoekers daar terechtkunnen.

Daaruit vloeit voort dat we stelselmatig de plaatsen voor asielzoekers terug kunnen geven aan de Brusselse regering voor de daklozenopvang, het doelpubliek waarvoor die plaatsen in de Brussels Deal ook gebruikt werden. U moet namelijk weten dat er in de Brusselse daklozenopvang een drieduizendtal opvangplaatsen waren. Het is niet zo dat er, sinds wij met de federale overheid 2.000 plaatsen financieren, 2.000 plaatsen bij zijn gekomen. Het aantal plaatsen is hetzelfde gebleven; er zijn er nu gewoon 2.000 die wij federaal financieren, terwijl Brussel er nog maar 1.000 moet financieren. Daarover gaat het. Er zijn geen plaatsen bij gekomen, Brussel heeft er gewoon voor gekozen om de financiering nu federaal te laten gebeuren. Het is dan ook logisch dat we onze federale bijdrage bijstellen.

De Brussels Deal heeft trouwens nauwelijks bijkomende plaatsen gecreëerd, zoals ik al zei. Het was in essentie een verschuiving van het regionale niveau naar het federale niveau op het vlak van financiering.

Votre question, monsieur De Smet, date déjà d’un certain temps. J’ai donc préparé des réponses à la question telle que vous l’aviez déposée. Entre-temps, la situation a quelque peu évolué, comme vous avez également pu l’apprendre par la presse.

Pour revenir concrètement à votre question, oui, le 30 juin dernier, à ma demande, Fedasil a effectivement entrepris la désactivation de 300 places d’accueil financées dans le cadre du Brussels Deal, dont 95 places destinées aux mineurs étrangers non accompagnés et 205 places génériques.

Ik zal het in het Nederlands zeggen, zodat ik geen fouten maak. Dat was trouwens op vraag van de organisaties zelf. Zij hadden gezegd dat ze te veel plaatsen voor niet-begeleide minderjarigen hadden die niet gebruikt werden, dus dat ze die plaatsen niet nodig hadden. Zij hebben ons dat signaal gegeven.

Cette décision a été annoncée une première fois lors du comité de pilotage du 20 mai, en présence des représentants des cabinets Dilliès, De Smedt et Laaouej, ainsi que de Bruss’Help. Elle a ensuite été confirmée lors d’une réunion bilatérale avec mon collègue le ministre Laaouej, le 1er juin, puis lors d’une réunion de suivi le 22 juin.

Monsieur Aouasti et madame Lecharlier, comme vous avez également pu le lire entre-temps, le nombre de places que nous finançons au niveau fédéral dans le cadre du Brussels Deal a été ramené à 1 000. L’argent des contribuables ne peut être dépensé qu’une seule fois. Si moins de 1 000 personnes figurent structurellement sur la liste de transition, je ne vais pas continuer à financer 2 000 places. Actuellement, 474 personnes figurent sur cette liste, soit largement en dessous du seuil de 1 000 personnes.

Er staan dus nog maar 474 personen op de doorstroomlijst, mijnheer Vandemaele. Dat is dus een enorme daling ten opzichte van het aantal personen dat op die lijst stond onder uw regering, of althans de regering waarvan uw partij deel uitmaakte. Het waren er toen bijna 4.000 en momenteel zijn het er 474. Dat toont heel goed aan dat wij werk willen maken van kwalitatieve opvang voor de mensen die daar recht op hebben.

Nous devons veiller à ce qu’aucune personne ayant droit à l’accueil ne dorme dans la rue, contrairement à ce qui se passait sous le gouvernement précédent.

Mijnheer Vandemaele en mevrouw Lecharlier, wat jullie vraag over de Brussels Deal 2.0 betreft, hebben we de Brusselse regering een nieuw voorstel gedaan, waarbij we willen inzetten op voorwaardelijke en duurzame trajecten voor personen zonder verblijfsrecht, onder meer via begeleiding naar vrijwillige terugkeer. We zijn daar helemaal niet toe verplicht. We moeten dat vanuit het federale niveau helemaal niet doen. Ik erken echter dat er een grote druk is op Brussel door asiel en migratie. Ik vind het dan ook mijn taak om toch een steentje bij te dragen, hoewel ik daar strikt genomen niet toe verplicht ben.

Het onvoorwaardelijke systeem zoals het vandaag bestaat, moet evolueren naar een geconditioneerd en oplossingsgericht model. Daarbij moeten we ook duidelijk zijn: wie geen verblijfsrecht heeft, kan in België geen duurzame toekomst opbouwen. Veel meer over de Brussels Deal 2.0 kan ik in deze fase dus nog niet zeggen. Hoewel de tegenstellingen groot zijn, zijn de gesprekken met de Brusselse regering volop aan de gang en verlopen ze constructief.

Mevrouw Daems, ik heb het al meermaals gezegd: de plaatsen die we vanuit de federale overheid financieren via de Brussels Deal dienen specifiek voor de mensen op de doorstroomlijst. Het is aan het Brussels Gewest om verder invulling te geven aan de manier waarop het de daklozenopvang organiseert.

Zoals u weet, ben ik als minister van Grootstedenbeleid bevoegd voor Housing First. Daarover volgt later in deze vergadering nog een vraag, meer specifiek over Housing First for Youth, een fantastisch project. Ik doe daarvoor al meer dan wat eigenlijk vanuit het federale niveau zou moeten. Dat komt onder meer omdat we echt wel geloven in de meerwaarde van dat project. Het is dan ook niet echt nodig om mij hier met de vinger te wijzen. We werken constructief voort en hebben ook al meermaals met de verantwoordelijken van de Brusselse regering samengezeten.

Ik heb het in het begin al gezegd: misschien kunt u uw steentje bijdragen door de juiste boodschappen aan de mensen te geven. Wie hier geen legaal verblijfsrecht heeft, moet terugkeren naar het land van herkomst. Voor die mensen zelf is dat trouwens ook de meest duurzame manier om opnieuw een toekomst op te bouwen.