Question posée en commission à la ministre de l’Asile et de la Migration, Anneleen Van Bossuyt. Le compte-rendu intégral est à retrouver ici.

Ma question : 

Madame la ministre, 13 étudiants et chercheurs gazaouis sont soutenus et attendus par des universités belges. La rentrée est là, mais rien ne bouge. Les rectrices et les recteurs vous interpellent, mais rien ne bouge.

D’abord, la Belgique en oblige certains à introduire leur demande de visa en personne. Cela signifie qu’ils devraient sortir de Gaza pour déposer une demande à Jérusalem ou au Caire, par exemple. C’est évidemment impossible au vu de la situation sur place. La semaine dernière, la justice a donné raison à l’une de ces étudiantes: la Belgique doit l’autoriser à introduire sa demande par voie électronique depuis Gaza, laquelle devra être enregistrée dans les deux jours. 

Mais cela ne s’arrête pas là. Même lorsqu’ils disposent d’un visa, le gouvernement refuse d’organiser leur évacuation, alors que d’autres pays, comme les Pays-Bas, l’Espagne ou même l’Italie, le font. Environ 1 500 personnes seraient actuellement dans cette situation, dont les conditions catastrophiques viennent d’être décrites par mon collègue.

Vous dites vous opposer à leur venue, et l’on apprend qu’un odieux chantage a été organisé pour troquer leur arrivée contre des expulsions vers l’Afghanistan des talibans ou vers des hubs de retour. Vous dites également craindre un présumé « effet domino », qui pourrait donner des idées à d’autres étudiants, notamment venus du Yémen, du Soudan ou d’Afghanistan. 

Mais sérieusement? C’est cela, vos scénarios catastrophes? Vous bloquez des étudiants gazaouis pour ne pas donner l’impression que la Belgique pourrait, par exemple, accueillir de jeunes Afghanes qui souhaiteraient se former chez nous alors qu’elles sont interdites d’éducation dans leur pays? Moi, cela me rendrait fière!

Vous craignez également que les personnes concernées puissent, par la suite, introduire une demande d’asile ou de regroupement familial. D’abord, nous n’en savons rien. Mais quand bien même ce serait le cas, où serait le problème? Ce sont des procédures légales, et ces demandes seraient examinées individuellement. Il faut m’expliquer où se situe le problème.

Madame la ministre, allez-vous respecter la décision de justice qui ordonne à la Belgique d’enregistrer une demande de visa déposée par voie électronique? Pourquoi cette procédure n’est-elle pas étendue de manière structurelle? Où en sont les discussions au sein du gouvernement? Quand allez-vous débloquer ce dossier et cesser d’utiliser des êtres humains comme monnaie d’échange?

Réponse de la ministre : 

Goedemiddag allemaal. Alvorens dieper in te gaan op uw specifieke vragen, wil ik graag zeggen dat ik absoluut begrijp dat het in de media snel moet gaan en dat soms erg complexe dossiers in één quote moeten worden samengevat. Het voordeel van een commissievergadering als die van vandaag is dat we verder en dieper op de inhoud kunnen ingaan en dit toch wel complexe dossier ook ruimer kunnen bekijken.

Ik hoor hier velen van u zeggen –  ik heb dit de voorbije dagen vaak gehoord – dat het over slechts dertien studenten gaat. Wat is dan het probleem? Het gaat echter niet alleen maar over dertien studenten.

Ik wil heel duidelijk stellen dat de situatie in Gaza verschrikkelijk is. Daar bestaat geen discussie over, maar België heeft al veel gedaan voor Gaza. Ik hoorde daarnet iemand vragen wanneer ik echt actie zou ondernemen. Ik kan u zeggen dat België al veel heeft gedaan voor Gaza. We zijn nummer één per capita in de Europese Unie wat evacuaties uit Gaza betreft. We zijn nummer één per capita wat asielaanvragen van Palestijnen betreft en we zijn ook een van de weinige landen die medische evacuaties uitvoeren.

En ce qui concerne le dossier discuté vendredi dernier au sein du kern, je considère qu’il est de mon devoir d’attirer l’attention de mes collègues autour de la table sur certains risques et conséquences liés aux points de décision qui sont soumis, tant sur le plan juridique que politique. Il s’agit également d’une demande explicite visant à retrouver un équilibre entre un éventuel afflux supplémentaire et les initiatives permettant de rendre le retour possible.

Mijn inhoudelijke bemerkingen bij het voorliggende voorstel zijn de volgende. Ten eerste wordt er gevraagd om uitzonderingen te maken op de bestaande procedures die gelden om als student naar België te komen.

Sommigen stellen dat de 13 betrokken studenten een studiebeurs hebben en dus naar België mogen komen. Het is echter niet omdat men een studiebeurs heeft, dat men niet over de nodige documenten hoeft te beschikken om toegang te krijgen tot ons grondgebied. Er worden nu dus uitzonderingen gevraagd op bestaande procedures voor één specifieke groep, namelijk die 13 studenten.

Normaal moet men namelijk fysiek verschijnen op het consulaat om een visum aan te vragen. Er wordt nu gevraagd om voor die 13 studenten een uitzondering toe te staan en het voor hen mogelijk te maken om hun visum volledig digitaal aan te vragen, zonder dat ze moeten verschijnen op het consulaat of de ambassade.

Dat creëert natuurlijk een gevaarlijk precedent en een domino-effect. Waarom zouden we voor die specifieke groep, dus voor die 13 studenten, een uitzondering moeten maken? Waarom zou dan niet hetzelfde gelden voor bijvoorbeeld meisjes uit Afghanistan, die evenmin toegang hebben tot een consulaat? Waarom zou dan niet hetzelfde gelden voor homoseksuele mannen uit Senegal, die zelfs niet naar een consulaat durven te gaan? Iemand heeft me een lijst bezorgd van honderd homoseksuele mannen uit Senegal die letterlijk hun leven riskeren, omdat het regime daar verschrikkelijk is. Moet ik dan zeggen dat ik voor die 13 studenten een uitzondering heb gemaakt, maar dat dat voor die honderd Senegalese mannen niet gaat? Dat vind ik inhumaan. Ik zou dan keizer spelen en voor die 13 studenten een uitzondering maken, maar voor die anderen niet.

Als we voor één specifieke groep een uitzondering creëren, dan moeten we ook kunnen uitleggen waarom we die uitzondering creëren en waarom die niet zou gelden voor andere groepen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Als louter het hebben van een studiebeurs al voldoende is om rechtstreeks toegang te krijgen tot ons grondgebied, gaan al onze regels op de schop. Het is belangrijk dat de overheid de nodige veiligheidschecks kan uitvoeren en ook de wettelijke voorwaarden kan toetsen.

Dat is een eerste inhoudelijk element, namelijk de uitzonderingen die worden gevraagd op de procedureregels om toegang te krijgen tot ons grondgebied. Waarom zouden we die 13 studenten toelaten en anderen niet?

Een tweede element is dat ook wordt gevraagd om de 13 studenten actief te evacueren. Ook hier zou voor een kleine, specifieke groep een uitzonderingsregime worden gecreëerd omdat de problematiek voldoende media-aandacht krijgt. Zoals ik daarnet aangaf, dreigt dat een vorm van willekeur te worden. Waarom zouden we de regels immers moeten ombuigen voor die ene groep? Wat zou andere groepen beletten om vervolgens naar de rechter te stappen en dezelfde uitzonderingen te vragen?

Ik zit nu anderhalf jaar in dit beleidsdomein. Als er één iets is wat ik ondertussen heb geleerd, dan is het wel dat, als men in dit beleidsdomein de deur nog maar op een kier zet, bepaalde ngo’s, rechters en advocaten niets liever doen dan een koevoet tussen die deur steken en ze wagenwijd openzetten.

Ik kom nu tot de vraag om meer balans te hebben tussen de politiek van de instroom en de verstrengingen op het vlak van al dan niet gedwongen terugkeer.

Het is geen geheim dat ik de voorbije maanden meermaals met een dossier voor de terugkeer naar de ministerraad ben getrokken. Hoewel we over veel zaken een akkoord hebben kunnen sluiten, blijven er op het vlak van de terugkeer bepaalde initiatieven onbespreekbaar of onderbenut. Door opnieuw de deur open te zetten in het Gaza-dossier en dus voor de bijkomende instroom die daaruit zou kunnen volgen – zoals ik daarnet heb geschetst – wordt het onevenwicht tussen de instroom en de uitstroom opnieuw duidelijk. Als minister die naar een evenwichtig beleid streeft waarbij het voor ons belangrijk is dat we aan zowel de instroom als aan de uitstroom werken, is het mijn taak om mijn collega’s daarop te wijzen.

Comme indiqué précédemment, la Belgique a déjà recouru à l’évacuation active de plus de 1 000 Palestiniens depuis 2023. Une nouvelle liste de 320 personnes nous est désormais soumise. Nous n’avons aucune garantie qu’il s’agira de la dernière évacuation. Il y a encore, plus ou moins, 1 800 Palestiniens disposant d’un visa à Gaza. Il ne s’agit donc pas de 13 étudiants et chercheurs, mais d’au moins 333 personnes. En outre, il s’agit à nouveau d’une évacuation active. Il est indiqué que les coûts seront partagés, mais, dans la réalité, cela semble difficilement réalisable. C’est pourquoi, vendredi dernier, j’ai demandé aux partenaires de la coalition que, lorsque nous discutons de régimes d’exception et d’un afflux légal supplémentaire, nous puissions également progresser en matière de retour. J’ai énuméré plusieurs pistes sur lesquelles ce gouvernement peut encore aller plus loin, tels que les hubs de retour, mais également le retour des Afghans en séjour irrégulier dans nos prisons et qui ont commis des faits criminels.

Er zijn ongeveer 60 Afghaanse mannen in illegaal verblijf, die in aanmerking komen voor verwijdering. Ze zitten momenteel een straf uit in een Belgische gevangenis en ze verblijven illegaal in ons land. Ik wil niet dat die personen op het einde van hun straf opnieuw in de Belgische straten worden vrijgelaten en mogelijk opnieuw voor leed zorgen bij de bevolking. Dat is ook inhumaan. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier onder andere over veroordeelde moordenaars en verkrachters.

Je reste à la table en tant que partenaire constructif afin de parvenir à un accord, mais je souhaite également obtenir des engagements concrets qui produisent effectivement et rapidement des résultats.

Concernant les questions plus techniques, monsieur Aouasti, l’enregistrement des demandes de visa pour études relève de la compétence du SPF Affaires étrangères et celui des demandes de permis unique des post-doctorants relève de la compétence de la région concernée.

L’Office des étrangers ne peut examiner que les demandes de visa et de permis unique enregistrées et transmises pour décision, octroi d’un visa pour étude ou d’un permis unique. Quand il est saisi d’une demande de visa pour étude ou d’une demande de permis unique, l’Office des étrangers vérifie si les conditions d’octroi sont remplies. Si c’est le cas, il accorde le visa ou le permis unique demandé.

Wat is de specifieke stand van zaken in de 13 dossiers?

Il y a quatre citations en référé contre les Affaires étrangères – l’Office des étrangers étant à chaque fois intervenu volontairement. Deux ordonnances ont condamné les Affaires étrangères à enregistrer la demande à distance.

Ik verwijs daarvoor naar mijn collega, minister Prévot.

Une ordonnance a condamné les Affaires étrangères à enregistrer la demande à distance et a été exécutée. L’Office des étrangers doit prendre une décision sur le fond. Enfin, je dois mentionner une affaire dont l’audience d’introduction a eu lieu aujourd’hui.

Par ailleurs, citons quatre citations visant à la fois le ministre des Affaires étrangères et moi-même en tant que partie défenderesses. Trois procédures sont en cours, et aucune ordonnance n’a encore été rendue. Un arrêt a été rendu par la cour d’appel, qui a condamné l’Office des étrangers à prendre une décision sur le fond. Aucune décision n’a encore été prise dans l’attente de la mise à jour du dossier.

Trois autorisations de travail ont été délivrées par la Région de Bruxelles-Capitale, et deux permis uniques ont été délivrés par l’Office des étrangers. L’un d’entre eux arrive prochainement à échéance, et aucune demande de renouvellement n’a encore été reçue. Une décision relative à un permis unique est en attente.

Enfin, deux étudiants sont pour l’instant inconnus de mes services.

Iedereen wordt op gelijke voet behandeld. Ik heb geen andersluidende instructies gegeven aan mijn diensten. Indien een visum geregistreerd is, wordt de aanvraag behandeld en zal de Dienst Vreemdelingenzaken een studentenvisum of gecombineerde vergunning afgeven als de voorwaarden vervuld zijn.

Mijnheer Vandemaele, ik heb in het verleden al uitgelegd waarom het niet wenselijk is om een visumaanvraag uitsluitend van op afstand in te dienen, en waarom dat vandaag dus niet mogelijk is. Artikel 60 van de vreemdelingenwet stelt wel degelijk dat een studentenvisum persoonlijk moet worden aangevraagd bij de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats van de aanvrager in het buitenland. Dat principe is ook opgenomen in de Schengenvisumcode. De huidige procedures zijn perfect conform het toepasselijke juridische kader en de Europese rechtspraak. Art. 61/1/3, § 2, 5°, van dezelfde wet bepaalt dat een visum kan worden geweigerd wanneer er bewijs bestaat of er ernstige en objectieve redenen zijn om aan te nemen dat het voorgenomen verblijf in werkelijkheid een ander doel dient dan studeren.

Om die wettelijke bepaling uit te voeren, moet de aanvrager persoonlijk in een gecontroleerde omgeving een vragenlijst beantwoorden om na te gaan of zijn academische achtergrond en zijn plannen om in België te studeren overeenstemmen. Dat gebeurt op onze consulaten of bij een eraan verbonden externe dienstverlener. Die vragenlijst kan ook worden aangevuld met een persoonlijk interview.

Bovendien worden vingerafdrukken genomen. Een aanvraag op afstand toestaan, zal leiden tot een zeer groot aantal aanvragen die niet kunnen worden geabsorbeerd door de bevoegde diensten. Er dient te worden gewezen op het feit dat we ook in uitzonderlijke omstandigheden moeten blijven waken over de integriteit van onze visumprocedures en over de noodzakelijke veiligheids- en identiteitscontroles.

Ook de voorwaarden om een dergelijk studentenvisum te verkrijgen moeten allemaal vervuld zijn. Zoals ik daarnet al zei, volstaat het niet om een studiebeurs te hebben.

Ma réplique :

Madame la ministre, je ne vous demande pas de déroger aux procédures, mais bien de veiller à ce que les procédures légales soient réellement accessibles. La Belgique a déjà été condamnée par la Cour de justice de l’Union européenne par le passé parce qu’elle rendait excessivement difficile le dépôt des demandes en personne. Ces questions de procédure électronique doivent, à mon avis, valoir dans tous les cas où il est impossible de se présenter en personne, et non pas uniquement pour ces 13 personnes.

Je vous demande également de donner effet aux visas qui ont effectivement été octroyés par la Belgique au lieu de saboter nos propres procédures. Franchement, je suis assez écœurée par tout ce que vous nous avez raconté ici et je veux donc rappeler une fois de plus de quoi et de qui on parle. On parle d’un chercheur qui est attendu par une équipe pour travailler sur un projet concernant les personnes sourdes et malentendantes. On parle d’un médecin, qui pourra ensuite retourner à Gaza. On parle aussi – ou on en parle moins – d’un professeur recruté à Liège pour y poursuivre ses recherches, lequel a obtenu un visa il y a deux ans, et un permis de travail depuis deux ans. Ce professeur possède un document qui pourrait lui permettre d’aller chercher son visa, mais il ne peut pas quitter Gaza pour y aller.

Pendant que toutes ces personnes attendent en vain, je me permets juste de rappeler que, pour les talibans, il y avait des visas.

Vous prétendez lutter contre la migration illégale mais, en réalité, vous luttez contre la migration tout court et la rendez donc vous-même de plus en plus illégale: vous restreignez les voies légales d’accès. Vous les rendez plus chères. Vous rendez impossible le dépôt de demandes de visa. Vous refusez de faire venir les personnes qui ont obtenu des visas. 

Vous reprochez, par ailleurs, à des personnes de vouloir potentiellement, dans le futur, abuser des procédures légales et vous en faites un argument pour ne pas les faire venir. En fait, avec vous, les personnes qui ont besoin de protection perdent à tous les coups.

Cette attitude a été décrite jeudi dernier par Pascal Debruyne dans son article dans De Standaard – je suis sûre que vous l’avez lu – qui parle du véritable effet domino: à coup de décisions comme celle-ci, on normalise l’extrême droite en reprenant ses concepts, ses images et ses solutions. M. Debruyne explique que, lorsque la protection est présentée comme un risque, l’accès légal comme une porte dérobée, le regroupement familial comme une menace et les décisions judiciaires comme des obstacles à l’administration, c’est là qu’on a un vrai effet domino, réellement dangereux.

C’est à cela qu’on assiste. Je ne resterai pas les bras croisés face à cette indignité, et les partis qui vous soutiennent au gouvernement et qui vous maintiennent à votre poste portent tous une responsabilité dans cette situation.